Casus: installateur ziet € 18.400 aan termijnen oplopen

Casus: installateur ziet € 18.400 aan termijnen oplopen

Elke maand lichten wij een situatie uit de praktijk van het incassovak toe. Deze maand een casus welke veel onderaannemers in de bouw zullen herkennen: een installatiebedrijf werkt maandenlang mee aan een nieuwbouwproject en ziet de openstaande termijnen van de hoofdaannemer steeds verder oplopen. In deze casus leest u hoe zo'n zaak verloopt, welke stappen er worden gezet en wat u er als ondernemer van kunt leren.

Termijnen die blijven liggen

Een installatiebedrijf met twaalf medewerkers verzorgt de verwarming en het sanitair in een nieuwbouwproject van veertig appartementen. Het werkt als onderaannemer voor een middelgrote hoofdaannemer. Er is afgesproken dat er per verdieping een termijn wordt gefactureerd, met een betaaltermijn van dertig dagen.

De eerste twee termijnen worden keurig betaald. De derde komt drie weken te laat binnen. De vierde en vijfde blijven liggen. Op de herinneringen komt telkens hetzelfde antwoord: de projectontwikkelaar betaalt zelf te laat, het komt goed. Ondertussen werkt het installatiebedrijf door, want het project moet af. Na vier maanden staat er € 18.400 open.

Voor een bedrijf van deze omvang is dat geen klein bedrag. De lonen en de materialen moeten gewoon worden betaald. De eigenaar besluit de zaak uit handen te geven.

Onderaannemer in de bouw

De positie van een onderaannemer is lastig. U wilt de relatie met de hoofdaannemer niet op het spel zetten, want daar komt ook het volgende project vandaan. Tegelijk bent u de laatste in de rij: als de hoofdaannemer zelf krap zit, betaalt die eerst de partijen waar hij het meest van afhankelijk is.

Juist in de bouw is dat risico nu reëel. Het aantal faillissementen in de sector lag in september naar verhouding bijna 70 procent hoger dan een jaar eerder. Daarover schreven wij in onze blog over faillissementen in de bouw. Wie te lang wacht, loopt het risico dat er straks niets meer te halen valt.

De aanpak, stap voor stap

Eerst wordt het dossier gecontroleerd: de onderaannemingsovereenkomst, de afspraken over de termijnen, de opleverbonnen per verdieping en de verzonden facturen en herinneringen. Alles is op orde. Er zijn geen klachten over het werk, dus de vordering staat sterk.

Daarna gaat er een sommatie naar de hoofdaannemer met een laatste betaaltermijn van veertien dagen. Daarin staat ook wat er gebeurt als er niet wordt betaald. Tegelijk wordt er gebeld, niet om te dreigen maar om te horen wat er speelt.

Dat gesprek levert weinig op. De hoofdaannemer erkent de schuld, maar geeft geen datum. Er zijn signalen dat meer leveranciers wachten. Omdat er een reëel risico is dat het geld verdwijnt voordat er een vonnis ligt, wordt in overleg met de opdrachtgever gekozen voor conservatoir beslag op de bankrekening van de hoofdaannemer. Daarvoor is toestemming van de voorzieningenrechter nodig. Het verzoek wordt ingediend door een advocaat, bij ons via onze eigen advocatuur. De toestemming volgt binnen een paar dagen.

Het resultaat

Een week na het beslag neemt de directeur van de hoofdaannemer zelf contact op. Met een geblokkeerde rekening kan hij niet verder werken. Er volgt een gesprek en een regeling: € 8.000 wordt direct betaald, de rest in drie maandelijkse termijnen. Na de eerste betaling wordt het beslag in overleg opgeheven, met de afspraak dat het opnieuw wordt gelegd als een termijn wordt gemist.

Alle termijnen komen op tijd binnen. Na drie maanden is de hoofdsom van € 18.400 volledig betaald, inclusief de gemaakte kosten. Een procedure over de vordering zelf is niet nodig.

Ook hier geldt: achter de hoofdaannemer zit een bedrijf dat zelf onder druk staat. Dat maakt een regeling vaak beter dan doorprocederen. Toch is beslag niet altijd de goede keuze. Het is een zwaar middel dat de relatie kan beschadigen. Wat in dit voorbeeld werkt, is geen garantie voor elke situatie.

Tips voor onderaannemers

  • Spreek termijnen af die gelijk oplopen met het werk. Leg in de overeenkomst ook vast dat u het werk mag stilleggen als een termijn openstaat.
  • Laat elke opgeleverde fase aftekenen. Een getekende opleverbon maakt discussie over de kwaliteit achteraf een stuk lastiger.
  • Neem het antwoord “mijn opdrachtgever betaalt ook niet” niet voor lief. Dat is het risico van de hoofdaannemer, niet het uwe.
  • Wacht niet tot er vier termijnen openstaan. Bij de tweede gemiste termijn is het tijd om in actie te komen.
  • Controleer ook een vaste opdrachtgever af en toe opnieuw. Hoe u dat doet, leest u in onze blog over het controleren van een nieuwe klant.

Herkent u deze situatie?

Staan er bij u termijnfacturen open bij een opdrachtgever die blijft uitstellen? Dan hoeft u dat niet zelf op te lossen. Havenstad Gerechtsdeurwaarders neemt het traject van u over, van de eerste sommatie tot de daadwerkelijke inning. Daarbij houden wij altijd oog voor de mens achter de vordering. Lees meer over uw vordering uit handen geven.

Wij kijken graag vrijblijvend met u mee naar uw dossier en vertellen u eerlijk wat de mogelijkheden zijn. Neem gerust contact met ons op.

Voetnoot: Deze casus is een voorbeeld, samengesteld uit situaties die in ons vak regelmatig voorkomen. Het bedrijf, de bedragen en het verloop zijn verzonnen. Dit artikel bevat algemene informatie en is geen persoonlijk juridisch advies. Uw situatie kan afwijken.