Faillissementen in de bouw stijgen: zo beschermt u uw vordering

In september gingen in Nederland 320 bedrijven failliet. Dat zijn er 44 meer dan in dezelfde maand vorig jaar, meldt het CBS. Ook in augustus lag het aantal al hoger dan een jaar eerder. Het beeld wordt pas echt duidelijk als u per sector kijkt: in de bouw gingen naar verhouding bijna 70 procent meer bedrijven failliet dan een jaar eerder.
Werkt u in de bouw, of levert u aan aannemers, installateurs of afbouwbedrijven? Dan is dit een goed moment om uw debiteurenlijst kritisch te bekijken. In deze blog leest u wat de cijfers zeggen, welke signalen u vooraf kunt zien en wat u doet als een klant failliet gaat terwijl er nog facturen openstaan.
Faillissementen per sector
Het CBS drukt faillissementen ook uit per 100.000 bedrijven. Zo worden sectoren van verschillende omvang met elkaar vergelijkbaar. Over alle sectoren samen kwam dat in september uit op 8,5, tegen 7,5 een jaar eerder. Een paar sectoren springen eruit:
- in de bouw steeg het van 13,4 naar 22,5;
- in de industrie verdubbelde het bijna, van 19,6 naar 37,3;
- in vervoer en opslag steeg het van 25,3 naar 37,8, het hoogste van alle sectoren;
- de horeca daalde juist sterk, van 46,7 naar 25,2.
Maandcijfers schommelen. Toch is dit de tweede maand op rij waarin de bouw duidelijk hoger uitkomt: in augustus ging het om 16,5 tegen 10,7 een jaar eerder. Dat is genoeg om serieus te nemen. De sector werkt met lange ketens van opdrachtgevers, hoofdaannemers en onderaannemers. Valt er één schakel om, dan voelen de schakels eronder dat direct.
Waarom de bouw kwetsbaar is
In de bouw zit veel geld vast in werk dat al is uitgevoerd maar nog niet is betaald. Een onderaannemer levert maandenlang arbeid en materiaal en factureert in termijnen. De hoofdaannemer wacht op zijn beurt op de opdrachtgever. Loopt het ergens vast, dan schuift het probleem de keten in.
Daar komt bij dat de marges vaak klein zijn. Eén project dat tegenvalt of één grote klant die niet betaalt, kan voor een middelgroot bedrijf genoeg zijn om om te vallen. Wij schreven eerder over een aannemer die zijn vordering van € 24.000 alsnog terugkreeg. Dat liep goed af omdat er op tijd werd ingegrepen.
Signalen bij een klant
Een faillissement komt zelden uit het niets. Achteraf zijn er bijna altijd signalen geweest. Let vooral op:
- betalingen die steeds iets later binnenkomen, terwijl dat eerder niet zo was;
- deelbetalingen zonder uitleg, of ronde bedragen in plaats van het factuurbedrag;
- verzoeken om een langere betaaltermijn of om eerst te leveren en later af te rekenen;
- contactpersonen die wisselen of niet meer terugbellen;
- leveranciers of onderaannemers in uw netwerk die over dezelfde klant klagen.
Ziet u twee of meer van deze signalen bij dezelfde klant? Wacht dan niet tot de volgende factuur verloopt. Bel, vraag wat er speelt en maak concrete afspraken over betaling.
Wat u vooraf regelt
De beste bescherming regelt u voordat er iets misgaat. Neem een eigendomsvoorbehoud op in uw algemene voorwaarden. Daarmee blijven geleverde materialen van u tot ze betaald zijn. Zijn ze eenmaal verwerkt in een gebouw, dan werkt het voorbehoud meestal niet meer. Het verschil met het recht van reclame leest u in ons artikel over eigendomsvoorbehoud.
Factureer in termijnen die gelijk oplopen met het werk en werk niet door als een termijn openstaat. Dat voelt streng, maar zo beperkt u wat u kwijt kunt raken tot één termijn.
Vraag bij nieuwe of grote opdrachten om een aanbetaling of een andere vorm van zekerheid. En zorg dat uw algemene voorwaarden aantoonbaar vóór het sluiten van de overeenkomst zijn overhandigd.
Als de klant failliet is
Is het faillissement uitgesproken, dan verandert de situatie volledig. Uw klant mag zelf niet meer betalen en u kunt geen beslag meer laten leggen. Alles loopt via de curator die de rechtbank heeft aangewezen.
Dien uw vordering zo snel mogelijk in bij de curator, met kopieën van de facturen en de overeenkomst. Wie de curator is en hoe u die bereikt, staat in het openbare Centraal Insolventieregister.
Beroept u zich op een eigendomsvoorbehoud? Meld dat dan direct en apart. De curator moet weten welke zaken van u zijn voordat de voorraad wordt verkocht.
Reken er wel op dat er voor gewone schuldeisers vaak weinig overblijft. De opbrengst gaat eerst naar de kosten van het faillissement en naar schuldeisers met voorrang, zoals de Belastingdienst. Is uw vordering definitief oninbaar, dan kunt u wel de btw op de onbetaalde factuur terugvragen. Bij een faillissement hoeft u daarvoor geen jaar te wachten.
Wanneer schakelt u een gerechtsdeurwaarder in?
Hoe eerder u handelt, hoe groter de kans dat u nog iets terugziet. Zolang uw klant niet failliet is, kunt u betaling afdwingen en in sommige gevallen al beslag laten leggen voordat er een vonnis is. Zo voorkomt u dat bezittingen verdwijnen. Na het faillissement is die deur dicht.
Achter elk bedrijf dat omvalt staan ook mensen: een eigenaar die alles heeft geprobeerd, personeel dat zijn baan kwijtraakt. Dat maakt het niet minder belangrijk om uw eigen positie te beschermen. Juist omdat het in de keten doorwerkt, kan het faillissement van een klant ook uw bedrijf in de problemen brengen.
Twijfelt u over een klant of loopt er al een achterstand? Lees hoe wij werken bij incasso of neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek.
Deze blog bevat algemene informatie en is geen persoonlijk juridisch advies. Elke situatie is anders. Voor advies over uw specifieke dossier kunt u contact met ons opnemen.

